Compacte stadsauto: Inleiding voor het onderwerp

De verwarming verwarmt en ventileert het interieur van de wagen. De airconditioning koelt en droogt het interieur.

Het verwarmingsvermogen is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur, het volledige verwarmingsvermogen wordt daarom pas bij bedrijfswarme motor bereikt.

De koeling werkt onder de volgende voorwaarden.

  • De koelfunctie is ingeschakeld.
  • De motor draait.
  • De buitentemperatuur is hoger dan 2 ºC.
  • De aanjager is ingeschakeld.

Als de koeling is ingeschakeld wordt het beslaan van de ruiten voorkomen.

Om de koelfunctie sneller te laten werken, kan kortstondig de circulatiefunctie worden ingeschakeld.

Gezondheidsbescherming Om gezondheidsrisico's (bijvoorbeeld verkoudheid) te verminderen, de volgende aanwijzingen voor het gebruik van de koelfunctie in acht nemen.

  • Het verschil tussen de buitentemperatuur en de temperatuur in het interieur mag niet groter dan 5 ºC zijn.
  • De koeling moet 10 minuten voor het einde van de rit worden uitgeschakeld.
  • Een keer per jaar moet de airconditioning door een specialist worden gedesinfecteerd.
ATTENTIE
  • De aanjager moet altijd ingeschakeld zijn om te voorkomen dat de ruiten beslaan. Anders bestaat gevaar voor ongevallen.
  • Uit de luchtroosters kan bij ingeschakelde koeling onder bepaalde omstandigheden lucht met een temperatuur van ongeveer 5 ºC stromen.

Let op

  • De luchtinlaat voor de voorruit moet vrij van bv. ijs, sneeuw en bladeren zijn, zodat de verwarming en de koeling optimaal kunnen functioneren.
  • Na het inschakelen van de koelfunctie kan condenswater van de verdamper van de airconditioning lekken en onder de wagen een waterplas vormen. Dit betekent niet dat er een lekkage aanwezig is!
  • Bij een te hoge koelvloeistoftemperatuur wordt de koelfunctie uitgeschakeld om de motorkoeling te kunnen garanderen.

    READ NEXT:

     Verwarming en handbediende airconditioning

    Afb. 88 Verwarmingsbedieningselementen Afb. 89 Bedieningselementen van de airconditioning De verschillende functies kunnen worden ingesteld of ingeschakeld door het draaien aan de betreffende draaiknop of het indrukken van de betreffende

     Climatronic (automatische airconditioning)

    Afb. 90 Bedieningselementen van de Climatronic Afzonderlijke functies kunnen worden ingesteld resp. ingeschakeld door de betreffende toets in te drukken " afb. 90. Bij ingeschakelde functie verschijnt op het display het betreffende symbool.

     Climatronic - Automatische regeling

    De automatische regeling dient ertoe de temperatuur constant te houden en de ruiten in het interieur te ontvochtigen. Om in te schakelen de toets indrukken. Op het display wordt (Pos.7 " afb. 90 ) weergegeven. Om uit te schakelen een w

    SEE MORE:

     Gebruik bij winterse omstandigheden

    Allweather-banden- (of "winter")-banden Allweather- of "winter"-banden (aangeduid met M+S en een bergtop-/sneeuwvloksymbool ) verbeteren de rijeigenschappen van de wagen in winterse omstandigheden. Voor de beste rijeigensc

     Werking

    Afb. 121 Displayweergave Wagens met schakelbak De motor wordt automatisch afgezet, zodra de wagen tot stilstand komt, de versnellingshendel in de neutrale stand wordt gezet en het koppelingspedaal wordt losgelaten. De motor wordt automatisc