Compacte stadsauto: Climatronic - Automatische regeling

De automatische regeling dient ertoe de temperatuur constant te houden en de ruiten in het interieur te ontvochtigen.

  • Om in te schakelen de toets indrukken. Op het display wordt (Pos.7 " afb. 90 ) weergegeven.
  • Om uit te schakelen een willekeurige toets voor de luchtverdeling indrukken of het aanjagertoerental wijzigen. De temperatuurregeling wordt echter voortgezet.

Circulatiefunctie

In de circulatiefunctie wordt voorkomen dat verontreinigde buitenlucht in het interieur van de wagen komt. In de circulatiefunctie wordt de lucht uit het interieur aangezogen en weer in het interieur geleid.

  • Voor het inschakelen de schuifregelaar D in stand verschuiven of bij de Climatronic de toets indrukken.
  • Voor het uitschakelen de schuifregelaar D in stand verschuiven of bij de Climatronic de toets indrukken.
ATTENTIE De circulatiefunctie niet langdurig ingeschakeld laten, want in dat geval wordt geen buitenlucht toegevoerd. De "verbruikte" lucht kan vermoeidheidsverschijnselen bij de bestuurder en medepassagiers veroorzaken, waardoor de oplettendheid vermindert. Ook kunnen de ruiten beslaan. Zodra de ruiten beslaan, de circulatiefunctie direct uitschakelen - gevaar voor ongevallen!

 

VOORZICHTIG We adviseren om bij ingeschakelde circulatiefunctie niet in de wagen te roken.

De uit het interieur aangezogen rook slaat neer op de verdamper van de airconditioning.

Dit zorgt tijdens het gebruik van de airconditioning voor een blijvende stankoverlast die alleen met veel moeite en hoge kosten (vervanging van de verdamper) kan worden opgelost.

    READ NEXT:

     Luchtroosters

    Afb. 91 Luchtroosters Bij de luchtroosters 3 " afb. 91 kan de richting van de luchtstroom worden gewijzigd en kunnen de luchtroosters ook afzonderlijk worden gesloten en geopend. Om het luchtrooster te openen, op de buitenste rand van de

     Infotainment

    Radio Swing / Blues

    SEE MORE:

     Bediening van het schuif-kanteldak activeren

    Als de bediening van het schuif-kanteldak niet werkt (bv. na het losmaken en aansluiten van de accukabels), dan moet de bediening worden geactiveerd. Het contact inschakelen en de schakelaar in stand zetten " afb. 38 . De schakelaar aan de

     ISOFIX verankeringspunten

    WAARSCHUWINGGebruik bij toepassing van het ISOFIX systeem een voorziening die voorkomt dat de veiligheidsgordel kan draaien. Wij raden het gebruik van een veiligheidsgordel aan de bovenzijde of met een voet aan. N.B.: Wanneer u een