Compacte stadsauto: Werking

Afb. 131 Lasersensor / registratiegebied
Afb. 131 Lasersensor / registratiegebied

Het systeem registreert met een lasersensor " afb. 131 - A verkeerssituaties vóór de wagen tot een afstand van ongeveer 10 meter " afb. 131 - B.

De systeemingrepen gebeuren bij een herkend aanrijdingsrisico als volgt.

  • Het remsysteem wordt voorbereid op een noodstop.
  • Indien de bestuurder niet op het herkende gevaar reageert, dan wordt er een automatische remingreep uitgevoerd.

Het systeem kan ingrijpen als aan de volgende basisvoorwaarden wordt voldaan.

  • De motor draait.
  • Het systeem is geactiveerd.
  • De rijsnelheid bedraagt ongeveer 5-30 km/h.
  • Het zichtveld van de lasersensor is niet beperkt.

Het systeem kan bijvoorbeeld in de volgende situaties een storing vertonen of niet beschikbaar zijn.

  • Bij slecht zicht (bijvoorbeeld mist, stortregen, hevige sneeuwval).
  • Bij het maken van "scherpe" bochten.
  • Bij volledig ingetrapt gaspedaal.
  • Als de lasersensor verontreinigd of afgedekt is.
  • Bij sterk vervuilde voertuigen met weinig reflectie.

Als het systeem niet beschikbaar is of in geval van een systeemstoring verschijnt op het display van het instrumentenpaneel de betreffende melding resp. het controlelampje knippert langzaam.

ATTENTIE De voorruit bij de lasersensor niet afdekken. Dit kan de werking van de sensor beïnvloeden - gevaar voor ongevallen!

 

ATTENTIE De laserstraal van de lasersensor kan tot zwaar oogletsel leiden. De laserstraal is voor het menselijk oog niet zichtbaar.
  • Nooit met optische apparaten, bijvoorbeeld met de zoeker van een camera of een vergrootglas, in de lasersensor kijken.
  • De laserstraal kan ook actief zijn als het systeem uitgeschakeld of niet beschikbaar is.

 

VOORZICHTIG
  • De sneeuw van de voorruit bij de lasersensor met een handborstel en het ijs met een oplosmiddelvrije ontdooiingsspray verwijderen.
  • Een voorruit met krassen, scheuren en dergelijke bij de lasersensor laten vervangen.

Let op

  • Indien het systeem een automatische remingreep uitvoert, neemt de druk in het remsysteem toe en kan het rempedaal niet met de gebruikelijke pedaalslag worden ingetrapt.
  • De automatische remingrepen door het systeem kunnen door het intrappen van het koppelingspedaal, het gaspedaal of door een stuuringreep worden afgebroken.

    READ NEXT:

     Deactiveren/activeren

    Afb. 132 Toets voor het City Safe Drivesysteem De functie wordt elke keer als het contact wordt ingeschakeld automatisch geactiveerd. Voor de deactivering de toets " afb. 132 ingedrukt houden tot een signaaltoon te horen is. Op het d

     Inleiding voor het onderwerp

    De bandenspanningscontrole (hierna systeem) controleert de bandenspanning tijdens het rijden. Bij een verandering van de bandenspanning gaat het controlelampje in het instrumentenpaneel branden en klinkt er een akoestisch signaal, Bandensp

    SEE MORE:

     Aanwijzingen voor het afslepen

    Afb. 158 Gevlochten sleepkabel / gedraaide sleepkabel Voor het afslepen met behulp van een sleepkabel alleen een gevlochten kunstvezelkabel " afb. 158 - A gebruiken " . De sleepkabel resp. de sleepstang aan het sleepoog voor bevestigen. V

     Wieldop

    Wieldop lostrekken De beugel voor het lostrekken van de wieldoppen om de rand van een van de beluchtingsopeningen in de wieldop haken. De wielsleutel door de beugel schuiven, de wielsleutel op de band laten rusten en de wieldop lostre