Compacte stadsauto: Werking

Buitenlucht

Zorg dat de luchtinlaat voor de voorruit niet geblokkeerd is (bijv. met sneeuw of bladeren), zodat het klimaatregelsysteem goed kan werken.

Gerecirculeerde lucht

De lucht in het passagierscompartiment wordt gerecirculeerd. De buitenlucht komt het voertuig niet binnen.

N.B.: Wanneer de luchtrecirculatiestand langdurig wordt ingeschakeld, kunnen de ruiten beslaan.

Verwarming

De verwarmingscapaciteit is afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur.

Algemene informatie over de klimaatregeling in het interieur

Sluit de ruiten.

Het interieur verwarmen

Laat de lucht naar de beenruimten stromen. Laat, bij koud of vochtig weer, een geringe hoeveelheid lucht naar de voorruit en de portierruiten stromen.

Het interieur afkoelen

Laat de lucht naar het hoofdniveau stromen.

Airconditioning

Het systeem leidt condens uit uw auto, waardoor een kleine plas water onder de auto kan worden gevormd.Dit is normaal.

N.B.: De airconditioning werkt alleen wanneer de temperatuur hoger is dan 4ºC.

N.B.: Wanneer u airconditioning gebruikt, verbruikt uw voertuig meer brandstof.

    READ NEXT:

     Ventilatieroosters

    Middelste luchtroosters Zij-luchtroosters

     Handmatige klimaatregeling

    Aanjagersnelheid: Regelt de hoeveelheid lucht die in de auto circuleert. Draai deze knop om de gewenste snelheid te selecteren of de aanjager uit te schakelen. Als u de aanjager uitschakelt, kan de voorruit beslaan. L

     Automatische klimaatregeling

    Aanjagersnelheid: Regelt de hoeveelheid lucht die in de auto circuleert. Draai de knop voor de gewenste aanjagersnelheid. De instelling verschijnt op het display. MAX A/C: Druk op de toets voor maximale koeling. Door

    SEE MORE:

     De motorkap openen en sluiten

    Motorkap openen Trek aan de ontgrendelhendel. Verplaats de vergrendelnok naar links. Open de motorkap en ondersteun deze met de motorkapsteun. Motorkap sluiten Verwijder de motorkapsteun van de vergrendelnok en zet deze

     Bediening van verlichtingsfunctie

    Afb. 40 Lichtschakelaar en draaiknop voor lichtbundelhoogteverstelling Om de lichtfunctie in en uit te schakelen kan de schakelaar A " afb. 40 in een van de volgende standen worden gedraaid. Licht uitschakelen (uitgezonderd dagrijverlichting