Compacte stadsauto: Stuurinrichting

Elektrische stuurbekrachtiging

WAARSCHUWING

De elektrische stuurbekrachtiging heeft diagnosecontroles, die het systeem continu bewaken. Als een fout wordt gedetecteerd, verschijnt een bericht op het informatiedisplay. Breng de auto tot stilstand zodra dit veilig kan. Zet het contact uit. Wacht minstens 10 seconden, zet het contact aan en kijk of het informatiedisplay een waarschuwing over de stuurinrichting aangeeft. Als de waarschuwing over de stuurinrichting terugkeert, moet u het systeem zo snel mogelijk laten controleren.

Als het systeem een fout detecteert, voelt u mogelijk geen verschil in uw stuurinrichting, maar kan er toch een ernstig probleem zijn. Laat uw auto zo snel mogelijk controleren, anders kunt u de controle over het stuur verliezen.
N.B.: Uw auto is uitgerust met elektrische stuurbekrachtiging. Er is geen vloeistofreservoir om te controleren of bij te vullen.

Het elektrische stuurbekrachtigingssysteem werkt met een elektromotor, waardoor de bestuurder minder inspanning nodig heeft voor het stuurwiel.

Het systeem werkt progressief en tijdens manoeuvres zorgt het systeem ervoor dat er minder inspanning nodig is. Naarmate de rijsnelheid toeneemt, wordt de werking verminderd om de controle over de auto te verbeteren.

Als de auto elektrisch vermogen verliest tijdens het rijden (of als het contact wordt uitgezet), dan kunt u de auto handmatig besturen, maar daarvoor is meer inspanning nodig. Bij voortdurend extreem sturen kan er meer inspanning nodig worden om te sturen. Dit gebeurt om interne oververhitting en permanente schade aan uw stuursysteem te voorkomen. Mocht dit gebeuren, zal u de auto nog steeds handmatig kunnen besturen en zal dit geen permanente schade veroorzaken. Bij typische stuur- en rijmanoeuvres zal het systeem kunnen afkoelen en zal de stuurbekrachtiging terug in werking treden.

Tips voor het sturen

Vermijd bruuske bewegingen met het stuurwiel. De kracht die nodig is om de richting van de auto te veranderen, is lager vergeleken met een voertuig met een mechanische stuurinrichting.

Als de stuurinrichting zwabbert of scheeftrekt, controleert u op:
  • Een niet goed opgepompte band
  • Ongelijke bandenslijtage
  • Losse of versleten delen van de wielophanging
  • Losse of versleten delen van de stuurinrichting
  • Verkeerde uitlijning
Door een sterk aflopende weg of harde zijwind kan het lijken dat de stuurinrichting zwabbert of scheeftrekt.

    READ NEXT:

     Algemene informatie

    WAARSCHUWINGZorg dat u voorwerpen in de bagageruimte goed vastmaakt. Als u deze instructie niet opvolgt, kan dit leiden tot verwondingen bij bruusk remmen of een botsing. Leg geen voorwerpen op de afdekking van de bagageruimte. Als

     Bagageafdekkingen - 5-deurs

    WAARSCHUWINGLeg geen voorwerpen op de afdekking van de bagageruimte. Zorg tijdens gebruik van de bagageruimte dat de afdekking van de bagageruimte correct is geplaatst, zoals te zien in de afbeelding.De afdekking verwijderen Breng de eerder

    SEE MORE:

     Wagengereedschap

    Afb. 149 Wagengereedschap De box met het wagengereedschap zit in het opbergvak voor het noodreservewiel en kan, afhankelijk van de uitrusting, met een riem zijn vastgezet. Afhankelijk van de uitrusting hoeven niet alle volgende onderdelen in

     Spoiler

    ATTENTIE Als uw nieuwe wagen is uitgerust met een originele spoiler op de voorbumper in combinatie met de spoiler op de achterklep, moeten de volgende aanwijzingen in acht worden genomen - anders bestaat gevaar voor ongevallen en zware