Compacte stadsauto: Afsluitende werkzaamheden

  • Na het wisselen van een wiel moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd.
  • Het omgewisselde wiel in de kuip onder de bodembekleding in de bagageruimte opbergen en met een borgbout bevestigen.
  • Het wagengereedschap op de hiervoor bedoelde plaats opbergen en met de riem bevestigen.
  • De bandenspanning van het gemonteerde wiel controleren en indien nodig aanpassen. Bij wagens met bandenspanningscontrole de bandenspanningswaarden in het systeem opslaan.
  • Het aantrekmoment van de wielbouten zo snel mogelijk laten controleren.

    Het voorgeschreven aantrekmoment bedraagt 110 Nm.

De beschadigde banden vervangen. Een bandenreparatie wordt afgeraden.

ATTENTIE Een te hoog aantrekmoment van de wielbouten kan de schroefdraad beschadigen en leiden tot een blijvende vervorming van de draagvlakken op de velg. Bij een te laag aantrekmoment kunnen de wielen tijdens het rijden losraken - gevaar voor ongevallen. Tot het controleren van het aantrekmoment daarom voorzichtig en slechts met matige snelheid rijden.

    READ NEXT:

     Reservewiel verwijderen/opbergen

    Afb. 150 Wiel verwijderen Het wiel ligt in een uitsparing onder de bodembekleding in de bagageruimte en is bevestigd met een borgbout " afb. 150. Wiel verwijderen De bodembekleding in de bagageruimte optillen. De bevestigingsband losmaken

     Wieldop

    Wieldop lostrekken De beugel voor het lostrekken van de wieldoppen om de rand van een van de beluchtingsopeningen in de wieldop haken. De wielsleutel door de beugel schuiven, de wielsleutel op de band laten rusten en de wieldop lostre

     Afdekkappen van de wielbouten

    Afb. 151 Afdekkap lostrekken Om de kap te verwijderen, de klem tot de aanslag op de kap aanbrengen en deze in pijlrichting lostrekken " afb. 151. Om de kap te monteren, deze tot de aanslag op de wielbout aanbrengen. Antidiefstalwielbout

    SEE MORE:

     Opslaan van de bandenspanningswaarden

    Afb. 133 Toets voor opslaan van de bandenspanningswaarden Handelwijze bij het opslaan van de bandenspanningswaarden Alle banden tot de voorgeschreven bandenspanning oppompen. Het contact inschakelen. De toets " afb. 133 indrukken en inge

     USB 2

    Uw auto kan uitgerust zijn met een extra USB-poort. In dat geval bevindt USB 1 zich vooraan in de auto, onder aan het dashboard. USB 2 bevindt zich in de bagageruimte van de middenconsole van uw auto.U kunt een extra USB-apparaat aa