Compacte stadsauto: Opslaan van de bandenspanningswaarden

Afb. 133
Afb. 133 Toets voor opslaan van de bandenspanningswaarden

Handelwijze bij het opslaan van de bandenspanningswaarden

  • Alle banden tot de voorgeschreven bandenspanning oppompen.
  • Het contact inschakelen.
  • De toets " afb. 133 indrukken en ingedrukt houden.

In het instrumentenpaneel gaat het controlelampje branden.

Een akoestisch signaal en het uitgaan van het controlelampje geven aan dat de bandenspanningswaarden zijn opgeslagen.

  • De toets loslaten.

De bandenspanningswaarden moeten altijd in het systeem worden opgeslagen als een van de volgende punten aan de orde is.

  • Wijziging van de bandenspanning.
  • Wisselen van een of meerdere wielen.
  • Positiewijziging van een wiel op de wagen.
  • Controlelampje in het instrumentenpaneel gaat branden.
ATTENTIE Vóór het opslaan van de bandenspanningswaarden moeten de banden tot de voorgeschreven bandenspanning worden opgepompt. Bij het opslaan van onjuiste bandenspanningswaarden kan het systeem mogelijkerwijze ook bij een te lage bandenspanning geen waarschuwing geven.

 

VOORZICHTIG De bandenspanningswaarden moeten elke 10.000 km of 1x per jaar worden opgeslagen, om een correcte systeemwerking te waarborgen.

    READ NEXT:

    SEE MORE:

     Kenmerkende wagengegevens

    Afb. 183 Typeplaatje Typeplaatje Het typeplaatje " afb. 183 zit onderaan de B-stijl aan de linkerzijde van de wagen. Het typeplaatje bevat de volgende gegevens. Fabrikant van de wagen Chassisnummer (VIN) Maximaal toegestaan gewicht

     Algemene informatie

    WAARSCHUWINGAfhankelijk van het type en de omvang van de beschadiging kunnen sommige banden slechts gedeeltelijk of soms geheel niet worden gedicht. Een te lage bandenspanning kan het weggedrag van de auto beïnvloeden, waardoor