Compacte stadsauto: Auto-opslag

Als u van plan bent uw auto minstens 30 dagen niet te gebruiken, dient u de volgende onderhoudsadviezen op te volgen om ervoor te zorgen dat uw auto in goede bedrijfsconditie blijft.

We bouwen en testen alle gemotoriseerde voertuigen en onderdelen op betrouwbare werking bij regelmatig rijden. Onder diverse omstandigheden kan langdurige opslag leiden tot verminderde motorprestaties of storingen tenzij u specifieke voorzorgen treft om motoronderdelen te beschermen.

General

  • Sla alle auto's op een droge goed geventileerde plek op.
  • Bescherm ze indien mogelijk tegen zonlicht.
  • Indien auto's buiten worden opgeslagen, vereisen ze regelmatig onderhoud om ze tegen roest en beschadigingen te beschermen.
Carrosserie
  • Was uw auto grondig om vuil, vet, olie, teer of modder van buitenoppervlakken, de wielkuipen achter en de onderzijde van de voorspatschermen te verwijderen.
  • Was uw auto regelmatig als de auto buiten wordt opgeslagen.
  • Werk blootgestelde of voorbereide metalen delen bij om roest te voorkomen.
  • Dek verchroomde en roestvrijstalen onderdelen met een dikke laag autowas af om verkleuring te voorkomen. Zet uw auto indien nodig opnieuw in de was wanneer u de auto wast.
  • Smeer alle scharnieren en sloten van de motorkap, portieren en bagageruimte met een lichte olie.
  • Dek interieurbekleding af om verkleuring te voorkomen.
  • Houd alle rubber onderdelen vrij van olie en oplosmiddelen.
Motor
  • Ververs de motorolie en vervang het filter voor u de auto opbergt; gebruikte motorolie bevat immers vervuilende stoffen die motorschade kunnen veroorzaken.
  • Start de motor om de 15 dagen gedurende minstens 15 minuten. Laat de motor stationair draaien met de klimaatregeling ingesteld op ontdooien totdat de motor de normale bedrijfstemperatuur bereikt.
  • Schakel, met de voet op het rempedaal, alle versnellingen in terwijl de motor loopt.
  • Wij bevelen aan dat u de motorolie ververst voordat u de auto weer gebruikt.
Brandstofsysteem
  • Vul de brandstoftank met brandstof van hoge kwaliteit, maximaal tot het vulpistool van de brandstofpomp voor de derde keer afslaat.
Koelsysteem
  • Bescherming tegen vriestemperaturen.
  • Controleer het koelvloeistofpeil voordat u uw auto uit de opslag haalt. Ga na of er geen koelvloeistoflekkages zijn en dat de vloeistof op het voorgeschreven peil staat.
Battery
  • Zo nodig controleren en bijvullen. Houd aansluitingen schoon.
  • Indien uw auto langer dan 30 dagen wordt opgeslagen zonder de accu bij te laden, raden we aan dat u de accukabels loskoppelt om ervoor te zorgen dat de laadtoestand van de accu gehandhaafd blijft en de auto weer vlot gestart kan worden.
N.B.: Als de accukabels zijn losgekoppeld, moeten de geheugenfuncties opnieuw worden ingesteld.

Remmen

  • Zorg dat de remmen en de parkeerrem helemaal zijn vrijgezet.
Banden
  • Houd de banden op de voorgeschreven spanning.
Diversen
  • Zorg dat alle verbindingen, kabels, hendels en pennen onder uw auto met vet bedekt zijn om roestvorming te voorkomen.
  • Verplaats auto's elke 15 dagen tenminste 7,5m om bewegende onderdelen te smeren en roestvorming te voorkomen.
Auto's uit opslag verwijderen

Ga als volgt te werk wanneer u de auto uit de opslag verwijdert:

  • Was de auto om vuil of vet op ruitoppervlakken te verwijderen.
  • Controleer de ruitenwissers op veroudering.
  • Controleer onder de motorkap op vuil dat zich daar tijdens de opslag kan hebben verzameld, zoals muizen- of eekhoornnesten.
  • Controleer de uitlaat op vreemd materiaal dat zich daar tijdens de opslag kan hebben verzameld.
  • Controleer de bandenspanningen en breng de banden op de juiste spanning (zie Bandenspanningstabel).
  • Controleer de rempedaalwerking. Rijd 4,5m met de auto voor- en achteruit om eventuele roestvorming te verwijderen.
  • Controleer de vloeistofpeilen (incl. koelvloeistof, olie en brandstof) om na te gaan of er lekkages zijn en dat de vloeistoffen op het voorgeschreven peil staan.
  • Als u de accu verwijdert, moet u de uiteinden van de accukabels reinigen en controleren op schade.
Neem contact op met een erkende dealer als u twijfels of problemen hebt.

    READ NEXT:

     Algemene informatie

    Uw auto heeft in de portieropening van de bestuurder mogelijk een stickerlabel met gegevens over de bandenspanning. Controleer de bandenspanning en pas deze aan terwijl de banden koud zijn.N.B.: Controleer de bandenspanningen regelmat

     Set met afdichtmiddel voor banden

    Het kan voorkomen dat in de auto geen reservewiel is aangebracht. Daarom beschikt u over een bandenreparatieset waarmee één beschadigde band kan worden gerepareerd. De set bevindt zich in de reservewielkuip.

    SEE MORE:

     Kriksteunpunten

    WAARSCHUWINGGebruik alleen de aangegeven kriksteunpunten. Wanneer u andere punten gebruikt kan dit de carrosserie, de stuurinrichting, de wielophanging, de motor, het remsysteem of de brandstofleidingen beschadigen. Alleen

     Wagenspecifieke gegevens afhankelijk van het motortype

    Inleiding voor het onderwerp De aangegeven waarden zijn vastgesteld aan de hand van regels en onder omstandigheden die door wettelijke of technische voorschriften voor de bepaling van bedrijfsgegevens en technische gegevens van motorvoertuigen